Na 57 jaar samen met mijn vrouw blijf ik partner. Dat verandert niet.

Wat betekent ‘van zorgen voor naar samen zorgen dat’ voor iemand die al 57 jaar samen met zijn vrouw leeft? Meneer Aardse deelt zijn verhaal. Hij is naaste van een bewoner van afdeling Beukenhof in Rijckehove en lid van de cliëntenraad.

Meneer Aardse deelt zijn verhaal

Samen zorgen in de praktijk

Binnen De Zellingen wordt gewerkt vanuit het uitgangspunt ‘van zorgen voor naar samen zorgen dat’. Meneer Aardse noemt het een mooi ideaal.

“Het is iets wat je kunt nastreven,” zegt hij. “Maar de werkelijkheid is wel complexer.”

Voor hem betekent samen zorgen dat hij betrokken blijft. Zo neemt hij zijn gitaar mee naar de afdeling, zingt hij liedjes in de huiskamer en leest hij voor. Ook gaat hij naar het restaurant voor een kop koffie of neemt hij bewoners mee naar de kerkdienst of het zingen beneden. Daarnaast helpt hij zijn vrouw bij het eten. “Dat doe ik niet alleen voor haar, maar ook voor andere bewoners. Het brengt sfeer en gezelligheid.”

Uw plek als naaste

Zijn rol als naaste ontstond niet vanuit een vast plan of duidelijke afspraken. Het groeide gaandeweg.

“Ik ben gewoon gaan kijken: wat kan ik doen?”

Aanwezig zijn, kleine dingen oppakken, helpen waar dat kan – het ontstond vanzelf. Niet omdat het moest, maar omdat het zo voelt na zoveel jaren samen.

“Na 57 jaar samen met mijn vrouw blijf ik partner. Dat verandert niet.”

Regie en afstemming

Eigen regie is volgens hem belangrijk – ook als het moeilijker wordt.

“Je moet oppassen dat je niet te snel iets overneemt,” vertelt hij. “Bij het eten zie ik soms dat het niet lukt. Maar als je even wacht, zie je dat ze toch zelf het kopje naar haar mond brengt.”

Juist dat wachten, dat geduld, hoort voor hem bij samen zorgen: afstemmen wat iemand nog zelf kan, wat een naaste kan doen en wat bij de zorg hoort.

Openheid en vertrouwen

Over het contact met het team is hij positief. “Ik kan altijd terecht met vragen.”

Tegelijkertijd ziet hij dat samenwerken tijd nodig heeft. “Het is voor iedereen een zoektocht. Zowel voor naasten als voor de zorg.”

Volgens hem helpt het om verwachtingen eerder met elkaar te bespreken.
“Als je echt samen wilt zorgen, moet je bij de intake al het gesprek voeren: wie doet wat? Dat geeft duidelijkheid.”

Wat betekent dit persoonlijk?

De stap om zijn vrouw te laten wonen in het verpleeghuis was geen makkelijke beslissing. “Veel mantelzorgers gaan te lang door. Op een gegeven moment moet je loslaten. Maar je geeft je naaste niet graag uit handen.”

Betrokken blijven voelt voor hem vanzelfsprekend. Dagelijks langskomen ervaart hij niet als een verplichting, maar als iets dat hoort als je zoveel jaren samen bent.

Blik vooruit

Meneer Aardse waardeert dat De Zellingen het gesprek over het samenwerken met naasten actief voert, bijvoorbeeld tijdens familiebijeenkomsten. “Daar wordt het onderwerp echt besproken.”

Tegelijkertijd ziet hij dat niet iedere naaste hetzelfde kan betekenen. “Er zijn mensen die geen eigen vervoer hebben of lichamelijk beperkt zijn. Of die werken en weinig tijd hebben. Dan kun je niet verwachten dat iedereen dagelijks aanwezig is.”

Volgens hem zit de kracht juist in maatwerk. “Er is altijd wel iets wat iemand kan doen. Dat hoeft niet groot te zijn. Soms is het er gewoon zijn. Of een keer iets kleins organiseren. Het gaat erom dat je samen kijkt wat past.” Vanuit De Zellingen zal wel een concreet plan van aanpak moeten worden ontwikkeld om de gewenste cultuur te realiseren. 

Wanneer is samenwerken geslaagd?

“Als je samen kijkt naar wat mogelijk is, is samenwerken geslaagd. Het hoeft niet groot te zijn: voorlezen, samen koffie drinken of een spelletje. Ook het contact tussen mantelzorgers onderling kan veel moois laten ontstaan. Uiteindelijk geeft het bewoners plezier, maar ook jezelf een goed gevoel.”