Beademingszorg

Beademingszorg is het proces waarbij mensen die niet voldoende zelfstandig kunnen ademen lucht krijgen via een externe kracht (mond-op-mond of via een machine).

Bij machinale beademing is de betreffende patiënt aangesloten op een beademingsapparaat via één of twee slangen. De slangen zijn verbonden met een mondkapje of een zogenaamde tube die de luchtweg ingaat.

Om deze tube zit een ronde opblaasbare ring (cuff) die ervoor zorgt dat de luchtweg luchtdicht is afgesloten, zodat er geen lucht kan ontsnappen via de mond/keelholte. Beademing wordt toegepast als de ademhaling en/of zuurstof- en koolstofdioxide uitwisseling in de longen niet voldoende is. Als dit het geval is krijgen cellen in het lichaam te weinig zuurstof aangeboden en kan weefsel afsterven.

Behandeling

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten beademing:

  • Invasieve beademing
    Er wordt een buisje (endotracheale tube) in de bovenste luchtwegen gebracht dat luchtdicht wordt afgesloten met een opblaasbare afsluiting om de buis, zodat er geen lucht kan ontsnappen. Deze buis wordt tussen de stembanden door geschoven, een geïntubeerde patiënt kan dus niet praten. Soms wordt er van buiten een snede in de luchtwegen gemaakt om de luchtslangen aan te sluiten. Dit wordt tracheotomie of tracheostomie genoemd en wordt vooral toegepast om het risico op luchtweginfecties te verkleinen bij patiënten die langere tijd beademd moeten worden. Een ander voordeel van een tracheostomie is het feit dat de patiënt kan praten.
     
  • Non-invasieve beademing
    In het eerste geval draagt de patiënt een masker om zijn neus en mond, waarmee de luchtslangen zijn verbonden aan de beademingsmachine.
Meer informatie? Bel Cliëntservice op 010 - 284 33 00

Wij kunnen u ook terugbellen of mailen

CAPTCHA Beeld-CAPTCHA
Voer de tekens in die op de afbeelding worden getoond.